Geen gokker, maar pokeraar

Geen gokker, maar pokeraar

February 21, 2018 0 By Heinrik

 

Poker is een kwestie van je tegenstander inschatten en je kansen berekenen. Een dosis bluf is noodzakelijk. Robbie Wielaert (27) is naast verdediger van FC Twente in zijn vrije tijd ook pokerspeler. En hij is nog goed ook.

Eigenlijk vond hij het casino maar niets. Hij ging er wel eens heen, voor de lol. Maar Robbie Wielaert zag de gezichten van de verliezers en huiverde. ‘Ik hou niet van spelletjes waar je je geld mee weggooit. Je kunt niet winnen van het casino, dat weet iedereen.’ Toch is het casino zijn speeltuin geworden.

Wielaert kwam twee jaar geleden per ongeluk aan de pokertafel terecht. ‘Ik zat naast een beroepsspeler en kwam erachter dat er wat te winnen valt met poker. Je speelt niet tegen het casino, maar tegen tegenstanders. Als je honderd keer tegen dezelfde mensen speelt, zullen de besten winnen. Hoe meer je leert, hoe beter je wordt en dat trekt me aan.’ De kasten ratelen, fiches worden opgestapeld, de pokertafels zijn nog leeg. Wielaert schuift tussen de tafels van het Holland Casino in Enschede door. Hij is uitgegroeid tot een subtopper in poker-Nederland, tijdens zijn eerste NK werd hij meteen tweede.

De stilte in de pokerhoek wordt ‘s avonds na achten verbroken. Dan verzamelen gokkers en spelers zich rond de groene lakens en worden de pokergezichten in plooi gebracht. Het worden er steeds meer. Poker is in Nederland enorm in opkomst, door het hele land worden toernooien georganiseerd. Het louche beeld van foute, rijke mannen met dikke sigaren bestaat nog volop, maar is zwaar overdreven, vindt Wielaert. ‘Het zijn de Amerikaanse films die dat beeld schetsen, maar, maar zo gaat het hier helemaal niet.’ In Amerika is poker al lang een volwaardige sport, in Nederland is het verboden om buiten het Holland Casino om geld te pokeren. Jammer, vinden de liefhebbers, want het is veel meer dan een kansspel. ‘Je bent afhankelijk van je kaarten, dus geluk speelt een rol. Maar de toppers zijn altijd hetzelfde en dat is niet voor niets.

Ik speel nooit zomaar, ik weet precies met welk setje ik een kans maak. Er zijn rijke mensen die het niet uitmaakt, die hebben veel geld en komen een avond lekker spelen. Zij zijn gokkers, ik ben een pokerspeler. Ik kom niet om af en toe een pot te winnen, ik wil aan het einde van de avond met winst van tafel.’ Pokertip één van Wielaert: bluf. ‘Maak misbruik van je kennis. Aan het begin blufte ik vrij weinig, maar hoe meer vertrouwen je krijgt en hoe beter je de tegenstanders leert kennen, hoe meer je gaat bluffen. Ik speel ook het liefst ‘no limit’, dat betekent dat je alles mag inzetten wat je hebt. Daarmee kan ik rijke mensen makkelijker van tafel bluffen.

Als je met hen om kleinere bedragen speelt, maakt het ze niet uit, dan gaan ze steeds mee. Ik speel vaker op internet, dan in het casino, maar ook dan telt een pokerface. Je leest je tegenstanders aan de hand van de snelheid.’ Pokertip twee: lees. Dat geldt vooral voor beginners. ‘In boeken staan goede tips. Voorbeeld: als een beginner begint te zuchten en te kreunen en net doet alsof hij een slechte hand (lees: kaarten) heeft en dan toch de inzet verhoogt… Dan heeft hij de beste kaarten die je je maar kunt bedenken.’ Pokertip drie: schat mensen goed in. ‘In de top gaat het erom dat je je tegenstanders in kunt schatten. Ik prik snel door mensen heen. Zelf ga ik het liefst om met nuchtere types waar je van op aan kunt.

Maar in poker gaat het daar juist niet om.’ Pokertip vier: bereken je kansen. ‘Je moet goede kaarten spelen en alles afwegen. Als je dat onder de knie hebt, kun je een winnende pokerspeler worden. Ik was altijd al goed in wiskunde, dat is belangrijk. In het voetbal ben ik ook berekenend, ik denk voor de tegenstander. Wat gaat hij doen en wat zal ik dan doen? Daar speel ik op in. In het poker ben ik agressiever dan in het voetbal. Toch zou ik dat op het veld ook meer moeten doen: de schoffel moet er doorheen.’ Pokertip vijf: zet je honderd procent in. ‘Als ik ergens goed in ben, geef ik alles. Dat is met voetbal zo en nu ook met poker. Ik kan heel laks zijn, tot grote irritatie van mijn vriendin. Ik bel nooit terug en maak geen brieven open. Ik denk altijd: het komt wel goed. En dat is ook het probleem, het komt ook altijd goed. Mijn ouders hebben me het makkelijk gemaakt, ze deden alles voor me en steunden me altijd.

Vroeger stond ik er niet bij stil, maar nu ik verhalen van anderen hoor, besef ik dat ik een heel zorgeloze jeugd heb gehad. Gelukkig voel ik wel de drang om me te ontwikkelen als ik ergens talent voor heb. Als je er niet alles voor doet, kom je er niet.’ Pokertip zes: perfectioneer je spel. ‘Ik ben een enorme perfectionist. Ik wil elke hand goed spelen en geen fouten maken.

Bij poker kan je verliezen met goed spel en winnen met slecht spel. In het laatste geval baal ik vaak meer. Ook in het voetbal ben ik zo, ik heb nog nooit een hele goede wedstrijd gespeeld. Ik speel ‘s avonds alles na, dan komen er altijd momenten naar boven die toch beter hadden gekund.’ *** FC Twente-collega Arnar Vidarsson kijkt weleens verbaasd op als pokerkoning Wielaert hem weer eens vertelt welke kaarten hij in zijn hand heeft. ‘Je hebt koning-boer, zeg ik dan. ‘Hoe weet je dat nou?’, vraagt hij dan. Dat weet ik gewoon, soms maak ik wel eens een fout, maar ik zit er niet vaak naast.

Bij Twente hebben we fases dat we veel pokeren, dan spelen we om een paar centen. Ik heb in principe nog nooit verloren op de club. Je hebt heel verschillende types bij ons, zo is Bakkal een kamikaze, speelt Schuurman heel behoudend en is Gakhokidze een ultimate kamikaze. Die speelt werkelijk altijd’, lacht hij. ‘Als je dat weet, kun je daar op inspelen.’ Wielaert neemt plaats aan een lege pokertafel, hij zit er tijdens het voetbalseizoen niet vaak. ‘Ik ben nog maar twee keer in het casino in Enschede geweest en kreeg al te horen: ‘die Wielaert zit ook altijd in het casino’. Ik denk dat de mensen dan zeggen dat ik weer zo’n voetballer ben die een beetje stoer doet en zijn geld naar de roulettetafel brengt, maar zo is het absoluut niet.

Als ik iets goed kan, ga ik ervoor. Dat is met voetbal ook zo.’ Nee, hij verwacht niet dat hij na zijn voetbalcarrière fulltime de pokerwereld induikt. ‘Je kunt er goed mee verdienen, maar het is een onzeker bestaan. Ik zie het wel, ik leef bij de dag. De ene keer denk ik dat ik in het voetbal wil blijven, een dag later denk ik er weer anders over. Als het leven maar leuk blijft.’